Inleiding
Het internationale verkeer van personen neemt toe en het komt steeds vaker voor dat een werknemer buiten Nederland zijn werkzaamheden dient te verrichten, dan wel dat buitenlandse werknemers in Nederland worden ingezet. Een sprekend voorbeeld betreft de Poolse vrachtwagenchauffeur, die maandelijks het Poolse minimumloon ontvangt, doch zijn transportwerkzaamheden hoofdzakelijk in Nederland verricht.
Bij dergelijke internationale arbeidsovereenkomsten rijst niet zelden de vraag welk rechtstelsel op de arbeidsverhoudingen van toepassing is en welke rechter bevoegd is ingeval van een arbeidsconflict.
Welk recht is van toepassing?
De vraag welk recht van toepassing is, dient te worden beantwoord aan de hand van uit Brussel opgelegde wetgeving. De Europese Unie heeft in dat kader de zogenaamde “Rome I Verordening” aan haar lidstaten opgelegd. De hoofdregel van de Verordening houdt in dat een (arbeids)overeenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen (de rechtskeuze).
Tegen die achtergrond is het goed mogelijk dat een Nederlandse werkgever met zijn Poolse werknemer overeenkomt dat het Poolse recht op de arbeidsverhouding van toepassing zal zijn. Echter, voor internationale arbeidsovereenkomsten bepaalt de Verordening dat een rechtskeuze tussen werkgever en werknemer er niet toe mag leiden dat een werknemer de bescherming verliest van het (bijzonder dwingende) recht dat op zijn arbeidsverhouding van toepassing zou zijn, indien partijen geen rechtskeuze zouden hebben gemaakt.
Indien er geen rechtskeuze tussen partijen wordt gemaakt, wordt het recht van het land waarin de arbeid gewoonlijk wordt verricht, geacht op de arbeidsverhouding van toepassing te zijn. Gekeken dient dan te worden naar de plaats waar het centrum van de werkzaamheden zich bevinden, waar de medewerker het grootste deel van zijn tijd doorbrengt, vanuit welke plaats de medewerker zijn werkzaamheden organiseert en naar welke plaats hij terugkeert in verband met een voor zijn werk gemaakte buitenlandse reis.
De plaats waar de werknemer gewoonlijk zijn arbeid verricht, is ook het geldende criterium in gevallen waarin de arbeid in verschillende Europese landen wordt verricht.
Vanwege de aard van de arbeid in de internationale transportsector wordt rekening gehouden met alle elementen die de werkzaamheden van de werknemer kenmerken:
- In welk land bevindt zich de plaats van waaruit de werknemer de transportopdrachten verricht, instructies voor zijn opdrachten ontvangt en zijn werk organiseert, alsmede de plaats waar de arbeidsinstrumenten (vrachtwagens) zich normaliter bevinden?
- In welke plaatsen wordt het vervoer hoofdzakelijk verricht, in welke plaatsen worden de goederen gelost en naar welke plaats keert de chauffeur terug na zijn opdrachten.
Vastgesteld moet worden met welk land de meeste aanknopingspunten bestaan. Daarbij kunnen de navolgende aanvullende criteria een rol spelen: nationaliteit werknemer, waar belastingplichtig, welk sociaal verzekeringsstel, taal arbeidsovereenkomst, waar betaling van salaris, valuta salaris etc. Met andere woorden, indien een Nederlands transportbedrijf en een Poolse chauffeur overeenkomen dat de arbeidsverhouding wordt beheerst door het Poolse recht, dan kan de werknemer nog steeds aanspraak maken op (bijzonder dwingend) Nederlands recht, indien hij volgens bovengenoemde criteria zijn werkzaamheden gewoonlijk in Nederland verricht.
Bepalingen van bijzonder dwingend recht waarop deze Poolse chauffeur vervolgens aanspraak kan maken zijn de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag, Arbeidsomstandighedenwetgeving, Arbeidstijdenwet en algemeen verbindend verklaarde cao-bepalingen.
Het is dus niet mogelijk om Poolse chauffeurs langdurig in Nederland werkzaamheden te laten verrichten en deze te belonen conform het Poolse minimumloon. Het is echter wel mogelijk om te verdedigen dat de Poolse werknemer zijn werkzaamheden niet “gewoonlijk” maar slechts “tijdelijk” in Nederland verricht, op basis waarvan de rechtskeuze doorslaggevend dient te zijn.
Let op, de kans van slagen van een dergelijk betoog is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de betreffende Poolse werknemer niet op basis van een detacherings- of uitzendovereenkomst zijn werkzaamheden verricht. Voor internationale uitzendkrachten geldt namelijk additionele rechtsbescherming in de vorm van de Detacheringsrichtlijn en de Wet arbeidsvoorwaarden grensoverschrijdende arbeid.
Welke rechter is bevoegd?
De tweede vraag is welke nationale rechter u over uw eventuele arbeidsconflicten wilt laten oordelen. Het is namelijk bepaald geen juridische logica dat bij toepasselijkheid van het Nederlandse recht automatisch ook de Nederlandse rechter bevoegd zal zijn.
Ook hiervoor kunt u het beste een forumkeuze in de arbeidsovereenkomst opnemen, maar ook hier geldt dat een uitdrukkelijke forumkeuze onderhevig is aan verdragsrechtelijke beperkingen, in dit geval meestal (bij een inwoner van een van de lidstaten van de EU) de EEX-verordening. Op grond van dit verdrag is een forumkeuze alleen geldig als die is gemaakt na het ontstaan van het geschil of als het de werknemer de mogelijkheid beidt om het geschil bij een ander gerecht aanhangig te maken.
Als partijen al voordat het geschil is ontstaan een forumkeuze maken, dan kan dat alleen als dat betekent dat er alternatieven voor de werknemer ontstaan. Met andere woorden: het mag alleen als dit voor de werknemer gunstiger uitpakt.
Indien een dergelijke forumkeuze niet is gemaakt, geldt als hoofdregel dat de rechter van het land bevoegd is waarin de wederpartij zijn of haar vestiging heeft (werkgever) dan wel woonachtig is (werknemer). Normaal gesproken moet een werknemer dus worden opgeroepen voor het gerecht van het land waarin hij woont.
In de transportsector worden de werkzaamheden vaak op meerdere plaatsen verricht. De werknemer kan de werkgever dan eventueel ook oproepen voor het gerecht van de plaats waar hij gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht. Om te bepalen waar de werknemer gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, wordt gekeken naar:
- de plaats waar de werknemer het grootse deel van zijn werkzaamheden verricht (daarbij moet worden gekeken naar het hele dienstverband van de werknemer);
- de werknemer een vaste plaats heeft van waaruit hij steeds werkzaamheden verricht en waarnaar hij ook steeds terugkeert.
Is het niet mogelijk om te bepalen waar de werknemer zijn werkzaamheden gewoonlijk verricht, dan valt men terug op de vestigingsplaats van de werkgever.
Indien een van partijen eenmaal een procedure is begonnen, dan is het toegestaan bij datzelfde gerecht een tegenvordering aanhangig te maken. Bij een conflict creëren werkgevers in de transportsector soms opzettelijk de bevoegdheid van een Nederlandse rechter door de salarisbetaling te staken. De werknemer is dan genoodzaakt bij een Nederlandse rechter een vordering aanhangig te maken, wat de in Nederland gevestigde werkgever in staat stelt zijn tegenvordering in te stellen.
Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Stel, u heeft een transportbedrijf in het grensgebied met Duitsland. Bij u werkt een Duitse werknemer, die zijn werkzaamheden in Nederland verricht, maar die woonachtig is in Duitsland. U heeft geen forumkeuze in de arbeidsovereenkomst opgenomen en wenst op korte termijn de arbeidsovereenkomst met deze werknemer te beëindigen. Weliswaar is het Nederlandse arbeidsrecht van toepassing, maar de Duitse rechter moet dit gaan toepassen. De Duitse rechter in de woonplaats van de werknemer is immers bevoegd.
Door bijvoorbeeld bij een conflict over loondoorbetaling tijdens ziekte het loon stop te zetten, dwingt in dit geval de werkgever de Duitse werknemer een loonvorderingsprocedure in Nederland te starten. Vervolgens kan de werkgever zelf alsnog bij dezelfde Nederlandse rechter terecht voor een ontbindingsprocedure tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Conclusie
Het bepalen van het juiste toepasselijke recht en de toepasselijke rechter is een complexe materie, die van cruciaal belang is bij grensoverschrijdende arbeid in de transportsector. Een rechtskeuze- en een forumkeuzebeding in de arbeidsovereenkomst bieden geen sluitende oplossing nu deze kunnen worden doorkruist door Europese Verordeningen. Het is dan ook zaak om ingeval van grensoverschrijdende arbeid bij twijfel over de houdbaarheid van deze bedingen in uw arbeidsovereenkomsten, deze ter toetsing voor te leggen aan de advocaten arbeidsrecht van Pellicaan Advocaten N.V.